(04-11-11) Het heerlijk avondje is gekomen. Het avondje van Sinterklaas (detail: ik schrijf dit verslag bijna twee maanden na mijn deadline, verbeterpuntje). De verjaardag van de goedheiligman leek ons een perfect moment om met het elftal iets speciaals te gaan doen. Na een hoop geouwehoer en het drinken van bier, waren we eruit. Koploper KSV moest het gaan opnemen tegen een elftal zwarte pieten. Een geweldig idee (dronkemanspraat). Tim stak als eerste zijn vinger op en wist nog wel een ‘mannetje’ te vinden die blikken vol met schmink kon leveren. Ik zag het al voor me. Gerard Bes, een volwassen man, met een bruine kop, rode lippen en die lange manen om het af te maken. Naar mijn idee een stuk prettig om naar te kijken dan de jaarlijkse intocht (al die cadeaus passen toch nooit op Pakjesboot 12). De ballen moesten dit keer niet in een net, maar in een jutenzak. Iedereen een handje pepernoten om uit te delen aan de supporters langs de lijn en ik mocht verkleed als Sinterklaas het doel verdedigen. Dat gaat niet mee vallen om te duiken met een mijter op je hoofd en een staf in je hand, om maar te zwijgen over Amerigo tussen de palen.
De situaties in de wedstrijd worden in één keer ook een stuk leuker. Stel je pakt een gele kaart en de scheidsrechter vraagt: “Wat is uw naam?” Ehh, zwarte piet meneer. Hannibal zou zeggen: I love it when a plan comes together. Alleen ging het mooie plannetje niet door. De wedstrijd van een week eerder tegen Kwiek’78 hadden we nog altijd niet goed verwerkt. Mauro had zijn arm op drie plaatsen gebroken, zo erg zelfs dat meerdere botten over elkaar heen waren gedraaid. Dat noemen we een gecompliceerde breuk. Kortom, de sfeer was er niet naar om lollig te lopen doen op het veld. We waren wel blij met de twee nieuwe invallers, want de voorraad begint aardig op te raken dankzij schorsingen en de nodige blessures. René en Sean. René is een rustige jongen, een verdediger die niet bezig is met looplijnen, mooie acties, achterlijn halen een voorzetten. Gewoon man uitschakelen. Sean, dat is mij er eentje. Wat een snelheid. Als Matias al de brommer is, dan zou Sean niet misstaan tijdens de TT in Assen. Hij heeft veel weg van oud-AZ speler Haris Medunjanin.
KSV mag dan wel de koploper zijn in de competitie, maar Het Twaalfde had het beste van het spel in de eerste helft. Matias raakte bijvoorbeeld de deklat na een fantastische kaats van Bakker, net zoals zijn grote voorbeeld Graziano Pellé dat altijd deed. Het is wachten op het moment dat Bakker met één knie naar de grond gaat (hoor ik iemand de naam van Tim Tebow roepen?) en de bal verlengd met de borst. Collega spits Sean liet meteen van zich spreken door vanaf de middenlijn een rush in te zetten die pas gestopt kon worden met een smerige overtreding in het strafschopgebied. Penalty! Een koud kunstje voor Dennis, is gebleken in het verleden. Je voelt hem al aankomen. Mis! Dankzij een verdediger van KSV die vlak voordat Dennis ging schieten schreeuwde in welke hoe de bal zou gaan. Vlak voor rust kwam de thuisploeg, tegen de verhouding in, op voorsprong na een mooie combinatie op het drassige veld.
Het spel in de tweede helft was een stuk minder aan onze kant. Misschien raakte we van slag nadat meerdere spelers van KSV vaak ‘te’ hard de duels in gingen. De scheidsrechter greep niet in en zo gebeurde het dat er twee zuivere strafschoppen niet werden gegeven (en dan overdrijf ik niet). KSV kwam gelukkig op een 2-0 voorsprong. Ik wilde de bal tegenhouden, maar mijn linkervoet bleef haken in de grond. Om mijzelf te straffen heb ik een week zonder linkerschoen gelopen. Dat zal hem leren. Rob de Tank speelde een aardige wedstrijd, maar liet zich in de luren leggen bij de derde goal. De aanvaller deed net of hij een praatje wilde maken en, bam, opeens was hij ervan door. Tim de Rijcke wist de eer van Het Twaalfde te redden met een fantastisch afstandschot in de linker kruising. “Een echte Yuri Rose goal”, aldus de doelputenmaker. Tip voor mensen die van een lekker broodje bal houden: bezoek eens de kantine van KSV. Wat een heerlijke broodjes bal. Het water loopt me weer uit de mond. Jammie. Daar kan onze verenging nog wat van leren.

